Wat typeert een kind met autismespectrum stoornissen (ASS)?
In het boekje ‘Sociaal onhandig’, worden methodes beschreven die gebaseerd zijn op gedragstherapeutische inzichten. Deze methodes kunnen ouders en begeleiders gebruiken in de omgang en opvoeding van kinderen met PDD-NOS en ADHD. In deze methodes staan, voorspelbaarheid, concrete regels en verwachtingen, en heldere communicatie centraal. De inzichten zijn specifiek voor kinderen met ASS toepasbaar. In meer algemene termen zijn de methoden echter ook toepasbaar bij een veel bredere groep.

Zoals in ‘Sociaal onhandig’ beschreven wordt, zijn de methoden toepasbaar op kinderen die aandachtsproblemen hebben en hyperactief zijn. Zoals ik zal laten zien zijn de methoden praktisch toe te passen en geven zij een houvast voor de omgang met en opvoeding van kinderen met ASS, maar ook voor kinderen met een ontwikkelingsstoornis, met probleemgedrag of een verstandelijke beperking.

De essenties van de methoden komen het meest helder naar voren als ik ze beschrijf puur gericht op de omgang en opvoeding van kinderen met ASS. Vandaar dat ik nu eerst het autismespectrum schets, zodat ik daarna de typische gedragskenmerken en de problemen waar ouders tegen aanlopen in de omgang en opvoeding kan schetsen. Hierna beschrijf ik vervolgens de methoden die de ouders en de begeleider kunnen gebruiken in de omgang met en opvoeding van het kind met ASS.

Het begrip autisme
Termen en begrippen die door elkaar gebruikt worden als het over een vorm van autisme gaat zijn onder andere: Autisme, autismespectrum, autismespectrum stoornissen (AAS), PDD-NOS en syndroom Asperger.

Lorna Wing heeft het begrip autismespectrum geïntroduceerd. Binnen het autismespectrum bevinden zich allerlei autismespectrumstoornissen (ASS). Hieronder geef ik een overzicht van een aantal autismespectrumstoornissen. Het plaatsen van de verschillende stoornissen op één stijgende dan wel dalende lijn zou triviaal zijn, omdat de stoornissen overlappen en niet in een logistiek spectrum (bijvoorbeeld van meer naar minder verstandelijk beperkt) te plaatsen zijn.

Op de site van PAS staat ook een indeling (welke oorspronkelijk door Lorna Wing is gemaakt) van verschillende vormen van autisme.

Soort autisme. Klassiek autisme,
ook wel Kanner-
autisme  genoemd.
Autisme met
verstandelijke
beperking
Autisme zonder
Verstandelijke beperking
PDD-NOS
(Pervasieve stoornis)
Syndroom van Asperger
(Soms hoog begaaft)
Wel/geen, verstande-
lijke beperking
Met of zonder
verstandelijke
beperking.
Weinig, redelijk,
en zéér beperkt.
Verwante contactstoornissen.
(Subtreshold)
Met of zonder
verstandelijke
beperking
Met of zonder
verstandelijke
beperking


 

De typische betekenis van de ASS voor het kind

Ieder mens is uniek. Ieder mens is daardoor anders dan anderen. Hetzelfde geldt voor een kind met ASS. Ook al hebben twee kinderen dezelfde diagnose, toch kunnen ze totaal verschillende gedragingen en kwaliteiten laten zien.
Tegelijkertijd zijn er ook gedragingen en kwaliteiten die er gemiddeld vaker uitspringen dan andere. Dit noem ik de typische gedragingen en kwaliteiten.

Typisch aan een mens met ASS is dat deze op een of andere manier verdwaalt:

Het kan zijn dat hij verdwaalt doordat hij zich helemaal focust op een activiteit waardoor hij zichzelf en de omgeving vergeet;

Het kan zijn dat hij nog maar aan een ding héél intensief kan denken waardoor hij zichzelf en de omgeving vergeet;

Het kan zijn dat hij verdwaalt doordat hij zo overspoeld wordt door een emotie dat hij de controle over zichzelf kwijt raakt;

Hij kan zich in één detail verliezen waardoor hij vergeet wat hij eigenlijk wilde gaan doen;

De grens van waar zijn lichaam begint en eindigt kan onduidelijk voor hem zijn;

De grenzen tussen hem en de ‘ander’ kunnen onduidelijk voor hem zijn.


Dichtbij-denken
Aan de basis van het verdwalen ligt wat ik noem het ‘dichtbij-denken’. De dingen die hij ervaart of waar hij aan denkt komen continu te dichtbij. Hij heeft weinig of geen controle over hoe sterk hij aan iets denkt of hoe sterk hij iets ervaart. Het gevolg is dat alles een heel ander perspectief krijgt dan bij mensen zonder deze stoornis. Veel van de ervaringen van een mens zonder deze stoornis worden op een of andere manier gerelativeerd door afstand te nemen van de ervaringen. Bijvoorbeeld door het in een perspectief te plaatsen. Zo kunnen mensen zonder deze stoornis zich realiseren dat als iets een keer fout gaat, dat dat niet betekent dat het altijd fout zal gaan. Want ze kunnen het perspectief ‘tijd’ gebruiken om de ervaringen een plek te geven. Een mens met ASS kan wel denken, maar heeft moeite met ‘er over na denken’. Hierdoor kan hij gaan denken dat als het één keer fout ging dat het dan altijd fout zal gaan.

Locus-of-control
Een mens met ASS heeft moeite afstand te nemen van zichzelf en zijn eigen ervaringen. Het gevolg daarvan is dat hij ook moeilijker kan leren van zijn ervaringen dan mensen zonder deze stoornis. Hij bouwt minder gemakkelijk, een beeld op van hoe de wereld er om hem heen sociaal en ruimtelijk uit ziet:“Mensen met een autistische stoornissen leven (daardoor, MB) niet vanuit een eigen innerlijke structuur.” zegt Lorna Wing hier over. Hij kan hierdoor moeilijker inschatten wat er in verschillende situaties van hem verwacht wordt. En doordat hij moeilijk kan inschatten wat er van hem verwacht wordt ligt de ‘locus-of-control’ (Delfos) buiten hem. Hij heeft het gevoel dat hij maar weinig invloed op de buitenwereld heeft en dat de buitenwereld hem juist in zijn macht heeft.

 

De weg wijzen
Hier benoem ik een aantal criteria die aan de basis liggen van een veilige en prettige woon/leef/werksituatie voor het kind met ASS . Ik splits een aantal zaken op, terwijl ze vaak door elkaar heen lopen.

Regels, gedragsregels, afspraken en verwachtingen

  • Regels, gedragsregels, afspraken en verwachtingen zijn helder en concreet. Ouders/verzorgers/leerkrachten, zitten op één lijn, vinden allemaal ongeveer dezelfde dingen belangrijk qua normen en regels en trekken één consequente lijn naar het kind.
  • Regels, gedragsregels, afspraken en verwachtingen worden concreet uitgelegd aan het kind. Wanneer nodig ondersteund door de regels visueel te maken, bijvoorbeeld door de regels op te hangen.
  • Wanneer het kind zich niet aan de regels houdt wordt daar consequent op gereageerd, ‘Nee, is Nee!’. Dan wel een van te voren afgesproken consequentie aan verbonden.

Dagrooster/activiteiten

  • Hoe de dag verloopt wordt van te voren besproken met het kind en zonodig visueel gemaakt met een planbord. 
  • Het kind heeft steun nodig bij het structuur geven aan de activiteiten. Het kind kan niet zelf structuur geven aan de dag en heeft daar ondersteuning bij nodig van anderen.
  • Het kind kan zelf moeilijk bepalen waar zijn grenzen liggen qua activiteitsniveau. Van belang kan het zijn rustige momenten in de dag in te plannen.

Communicatie

  • De regels, gedragsregels, afspraken en verwachtingen, maar ook komende, en soms huidige, activiteiten moeten concreet uitgelegd en herhaald worden.
  • In de communicatie worden er korte en concrete zinnen gebruikt.
  • De leidinggevende geeft duidelijke ‘ik-booschappen’: “Ik wil dat je nu ….”.
  • Emoties van een ander begrijpt het kind vaak niet. Vandaar dat het belangrijk kan zijn vrij zakelijk en neutraal te zijn in de communicatie.

Prikkels

  • In het ‘ritme’ van de dag wordt qua activiteiten en rust rekening gehouden met de prikkelgevoeligheid van het kind. Op vaste momenten heeft het kind prikkelarme rustmomenten.
  • Er wordt bewust om gegaan met prikkels zoals geluid (van t.v. of radio) en drukte van mensen. Ook wordt de omgeving, zo mogelijk en zo nodig, bewust ingedeeld. Bijvoorbeeld door een opgeruimde kamer te hebben, met spullen op een vaste plek.

 


eXTReMe Tracker